Let’s talk!, Psychotherapie

Psychotherapie

Zoals ik al eerder vertelde, heb ik de keus gemaakt om zowel met m’n buitenkant als aan met m’n binnenkant aan de slag te gaan. De buitenkant is vaak iets wat men snel ziet. Daar kan je snel resultaat boeken óf juist niet.. Maar de binnenkant is een heel ander verhaal.

Als je “state of mind” niet is zoals je graag zou willen, dan valt men dat vaak totaal niet op. En wanneer je mensen alleen maar oppervlakkig kent, wordt er vaak ook niet gevraagd naar redenen voor bepaald gedrag. Wel trekken ze vaak alvast conclusies. Reageer je te emotioneel ben je waarschijnlijk een ‘jankerd’. Reageer je fel of kort door de bocht krijg je de mogelijk de stempel ‘bitch’.

Bij mij zal het laatste vást en zeker het geval zijn. Ik ben direct, recht door zee en wind er meestal geen doekjes om en als ik mij ergens mateloos aan erger of je maakt mij boos kan ik ronduit een teringwijf zijn. En daar heb ik over het algemeen vrede mee. Maar er zijn ook momenten dat ik een emotioneel teringwijf ben en hoewel emoties niet erg zijn, wordt het wel een probleem als je ze zelf niet meer onder controle hebt. Als er daardoor dingen gezegd of gedaan worden waar je spijt van krijgt. Doorgaan met lezen “Psychotherapie”

Let’s talk!, Woordenbrij

Praten, hoe doe je dat?

Praten is lastig als je dat niet van huis uit hebt meegekregen. Toen ik mijn moeder onlangs vertelde over de afspraken die ik heb gemaakt, hebben we het ook gehad over praten. En dan met name het gebrek er aan.. In ons gezin was praten niet vanzelfsprekend. En dan heb ik het natuurlijk niet over koetjes en kalfjes. Hoe was je dag? Heb je huiswerk gekregen? Hoe was dansen? Heb je het leuk gehad bij je vriendin? Dit soort dingen deden we heus wel. Ik heb ook echt wel een goede band met mijn moeder en mijn zusje. Maar ik kan me niet herinneren dat ik voor mijn 30ste ooit tegen mijn moeder heb gezegd dat ik van haar houd. Of dat ik verdrietig was. Praten over gevoelens en emoties deden we namelijk niet.

En emoties waren er. Ik ben opgegroeid met een narcistische vader. In mijn allereerste herinneringen zijn er nog wel wat leuke momenten. Op dat moment waren mijn broertje en zusje nog niet geboren, mijn vader werkte “bij het springkussen” en ik mocht mee! Ik vond dat heel bijzonder, want ik kreeg bij alle kraampjes voorrang én ik mocht onbeperkt op het springkussen. Daarna zijn de herinneringen aan deze man niet zo positief meer. Alle leuke dingen waren vooral schone schijn. Waar hij een masker droeg buiten de deur en de leuke “papa” uit probeerde te hangen, was hij tegelijkertijd de reden dat er niet gepraat werd binnen ons gezin. Want daarvoor moet je aandacht kunnen hebben voor iemand anders dan jijzelf en in staat zijn om te luisteren. Voor hem was er altijd maar een optie; schreeuwen. Doorgaan met lezen “Praten, hoe doe je dat?”