Maar liefst 8 uur lang ben ik compleet buiten westen geweest en ontwaak ik op de vroege zaterdagochtend. Zelfs de verpleegkundigen die ‘s nachts hun controle rondjes doen met zaklampjes heb ik niet gezien noch gehoord.
Ik ben gelijk enthousiast, want vandaag mag ik eindelijk naar huis. Omdat het nog vroeg is kan ik nu wel even lekker op m’n gemakje mezelf opfrissen. Ik heb daar ook echt eventjes behoefte aan. En daarna loop ik nog weer even die inmiddels beroemde gang op en af voor de eerste stappen van mijn dag.
Tegen kwart voor 8 is de eerste controle. Mijn bloeddruk, hartslag, saturatie en temperatuur worden gemeten. Ik heb enorm last van mijn arm waar het infuus in zit en ik vraag of deze er al uit mag. Helaas, hij moet toch echt tot het einde blijven zitten.
Het duurde even na de operatie.. Maar als ik eenmaal goed wakker ben merk ik dat ik best wat last heb van mijn middenrif en mijn rug. Dus ga ik mijzelf toch maar eens uit bed gooien en een rondje proberen te lopen op de afdeling. Samen met mijn goede vrienden van het infuus en de drain ga ik op pad.
Ik voel me eigenlijk best oké. Denk ik. Ja hoe moet je je nu voelen? Ik had me voorbereid op heftige pijn. Die heb ik op de uitslaapkamer ook zeker ervaren. De pijn in m’n rug is ook verschrikkelijk, maar ik heb ook HMS dus ik durf niet te zeggen of dat het gas is of gewoon het gevolg een beroerd bed. Maar buiten dat mag ik volgens mij echt niet klagen. Ja het is allemaal wat beurs en gevoelig. Maar meer dan dat is het niet.
Als ik terug ben van mijn wandeling zit ik daarom ook even op een stoel. Even wat anders dan dat bed. Een heuse verademing voor mijn rug. Ik kijk even de kamer rond welke ik inmiddels deel met 3 mannen. De vrouw die vanmorgen naast mij lag is inmiddels vertrokken. Daar is een man voor teruggekomen die nog compleet buiten westen is na zijn operatie. Gelukkig voor hem, want de wat oudere man schuin tegenover mij heeft lak aan iedereen. We mogen overal uitgebreid van meegenieten. Televisie, radio, telefoongesprekken. Gelukkig vertrekt hij gedurende de dag en wordt het een beetje rustiger op de zaal. De man tegenover mij ligt weinig in zijn bed en loopt al hele rondjes over de gangen. Hij voelt zich goed maar moet een extra nachtje in het ziekenhuis blijven vanwege zijn slaapapneu, aangezien er niemand op hem wacht thuis die hem in de gaten kan houden. Wat ben ik blij dat ik wel mensen thuis heb en dus lekker naar huis kan morgenavond.
Doordat ik redelijk wat gewandeld heb slaap ik veel. Dus valt de avond al snel. Ik merkte dat mijn hand wat stijver aanvoelde en als ik even een moment tv lig te kijken, werp ik een blik op mijn hand. HUH? Ik vraag aan mijn overbuurman of zijn hand ook wat dikker werd door het infuus. Op zijn advies belde ik de verpleegkundige.
Na vanmorgen vroeg op te zijn gestaan, ben ik dan eindelijk in het ziekenhuis! Ik moet me om 07.00 melden, zeg ik tegen de broeder als ik aan de balie sta. “10 voor 7, dat is mooi op tijd” komt er op een wat sarcastische manier uit. Ik dacht he, slechts 10 min eerder?! Na het identificeren kijkt hij naar z’n collega en vraagt of een bepaald bed schoon is, waarop hij de reactie krijgt dat er niets schoon is. Hij print een bandje voor me en verzoekt mij mee te lopen. “Ja wij zijn nog van de nachtdienst, de dagdienst begint zo en na de overdracht komen ze je dan halen”. Het bandje krijg ik toch niet, die is verkeerd geprint.
Wachten.. wachten en nog eens wachten.. Mijn definitie van “zo” is wel iets anders, dus na 45 minuten ga ik poolshoogte nemen. “Ja we hebben nog even dagstart, we komen je zo halen”. Weer die zo. Maar vooruit. Nog meer tijd om na te denken en in mijn geval dan nu toch wel zenuwachtig te worden.
Uiteindelijk word ik gehaald en naar zaal 2 gebracht. Toch geen 19, maar zaal 2, bed 2. Terwijl de verpleegkundige dingen instelt en opschrijft pak ik mijn spullen uit en installeer ik mijzelf. Om 09.20 sta ik voor OK. “Maar we worden vaak al eerder gebeld”,