Maagverkleining, Voortraject

Uitslag psychologisch onderzoek

Normaal begin ik gelijk met bloggen, maar ik wil vast even waarschuwen dat dit een behoorlijk lange blog is geworden. Ik heb mijn best gedaan om hem in te korten her en der. Maar ik wilde dit ook heel graag gewoon even delen. Zodat jullie weten wat er speelt, waarom dingen zijn zoals ze zijn. En ook omdat het gewoon goed is om te delen. Denk ik. Dus de leestijd zal waarschijnlijk wel iets langer zijn dan je van mij gewend bent! So here you go!

EIN-DE-LIJK was het vandaag zo ver. Geen 25 oktober gelukkig, maar 6 september. Nog bijna 2 maanden na het daadwerkelijke onderzoek, welke plaatsvond op 7 juli 2021, maar vooruit. Ze kunnen mij in ieder geval niet verwijten dat ik niet geduldig ben geweest.

Anyway… Vanmiddag was ik dan eindelijk aan de beurt. De inmiddels laatste afspraak van het hele rijtje. Hierna zijn er (voor nu in ieder geval) geen nieuwe afspraken meer gepland.

Vind je het spannend?“ vraagt de psycholoog. Nee, eigenlijk ben ik vrij rustig. Ik kan niks veranderen aan de uitkomst en maak me er dan ook niet druk om. Ze gaat daarom ook maar gelijk van start;

De vorige keer hebben wij elkaar uitgebreid gesproken door middel van een interview. Daarnaast heb je diverse vragenlijsten in moeten vullen. Deze lijsten leken ontzettend op elkaar, maar verschilden toch ook weer enorm. De eerste lijst is er een waar je vrijwel geen gewenste antwoorden kon geven. Deze vragen laten zien hoe je ‘opmaak’ is. Het skelet van je karakter & gedrag. Daarin zien we terug dat je eigenlijk vrij gemiddeld scoort. Wel zijn er twee uitkomsten bovengemiddeld. Een is dat je sneller je ergens druk om maakt, druk van voelt. Als dat zo is, vinden we het altijd fijn als iemand gemiddeld of lager scoort wat betreft verlegenheid. Zodat het dat wat met elkaar compenseert. Echter is dat bij jou niet het geval. Je scoort hierin hoger, waardoor je naar alle waarschijnlijkheid sneller in situaties komt waar je je druk om maakt of de druk van voelt. Dat is geen ideale combinatie”.

Dat herken ik wel en we gaan daar nog even verder op in en ik licht dat op mijn manier toe. Een paar van de andere lijsten was om autisme uit te sluiten; dat heb ik niet. Dat had ik haar gelijk al gezegd, ik heb met autisten gewerkt. Ik weet echt wel dat ik dat niet heb. Dan zijn er nog een paar dingen uit gekomen die als “vreemd” worden bestempeld.

“Je lijkt geen angst te kennen. Of in ieder geval niet te voelen. Iedereen heeft wel angst. Maar uit de vragenlijsten komt dat jij dat niet hebt. Daarnaast lijk je weinig klachten te hebben, zowel lichamelijk als mentaal, die je zou verwachten bij het overgewicht dat je hebt. Bij het traject is het belangrijk dat je goed in contact bent met je gevoel, met je lichaam. En als je alleen maar in je hoofd zit, maakt dat dingen lastiger”. Qua lichamelijke klachten vind ik het moeilijk inschatten. Ik heb HMS, waardoor ik dagelijks pijn heb. Natuurlijk zijn er momenten dat die pijn erger is, maar er zijn ook dagen dat dat minder is. Je leert daar mee leven. En ook heb ik wel eens migraine, of hoofdpijn. Maar voor mij hoort dat erbij. Dat is een beetje mijn “normaal”. Wat betreft mijn gevoel.. In de afgelopen periode, na het maken van de vragenlijsten ben ik erg bezig geweest met mijn gevoel, zo zag ik op social media terug dat iemand na enkele weken even stil stond qua gewicht en angst had om weer aan te komen. Ik kan me daar heel erg in vinden en denk dat als er sprake zou zijn van angst dat deze voor mij reëel zou zijn. “Dit is toch soort van mijn allerlaatste kans.

Naast het ‘gebrek’ aan angst zijn ook de andere emoties naar voren gekomen. Daar komen vooral de “harde” emoties naar voren zoals boosheid of agressie. En blijven de “zachte” emoties zoals angst of verdriet duidelijk achterwege. Waarin volgens de medisch psycholoog vd W. het duidelijker wordt, kijkend naar mijn verleden, dat dat te maken heeft met dat ik nooit een veilige omgeving heb gehad waarin ik mij bang of verdrietig mocht en kon voelen.

Het maakt waarschijnlijk dat je mensen niet zomaar vertrouwt, of dat het voor mensen echt heel lastig is om je vertrouwen te winnen“. Daar ben ik het deels, maar toch niet helemaal mee eens. Het klopt, ik geef mijn vertrouwen niet gratis weg. Maar wie wel? En als ik met iemand een goede klik heb, dan kan ik mij echt wel open stellen of de diepte in gaan. “Wat bedoel je precies met de diepte in gaan?” vraagt vd W. Tsjonge wat een vraag denk ik. Ja wat bedoel ik met diepte? “Dingen die in mij omgaan, soms ook wel dingen van vroeger. Tuurlijk is het soms wat afhankelijk van de situatie. Zo maak ik er geen geheim van dat mijn vader een narcist is, maar door er zo open over te zijn, houdt het vaak vragen wel tegen. Dus misschien calculeer ik dat in om te voorkomen de diepte in te gaan“. Ingewikkeld zeg.

We gaan even verder naar het volgende gedeelte. Ik onderging namelijk ook een TAT (thematische apperceptietest). Dat is een projectieve test die gebruikt wordt in de psychologie om te kijken of bij een individu bepaalde cognitieve functies als fantasie en inlevingsvermogen behoorlijk tot ontwikkeling zijn gekomen. Tijdens zo’n test krijg je bepaalde vage (ambigue) afbeeldingen te zien van een situatie, meestal met vaag herkenbare figuren. De figuren zijn zo getekend, dat ze verschillend geïnterpreteerd kunnen worden.

Als ik kijk naar de afbeeldingen waar je een verhaal bij moest verzinnen, werd ik op een gegeven moment zelfs een beetje verdrietig. Dit ging over de afbeelding waar iemand half over een bankje heen hing. Een huilend kind zei je. Je noemde de woorden ‘troostende factor’ maar vertelde niets waaruit die troost zou blijken. Waaruit ik vermoed dat je zelf geen échte troost hebt gekend.” Ik moet dat even laten bezinken. Is dat zo?

“Je hebt verschillende soorten troost. Waarvan er maar één eigenlijk echt troost geeft. Ik zal mijzelf als voorbeeld nemen. Vroeger zouden we op vakantie gaan naar Frankrijk, alleen was ik op een gegeven moment bang om op vakantie te gaan. Mijn moeder vroeg toen waarom dat was. Na doorvragen bleek dat ik bang was om een auto ongeluk te krijgen en iedereen dood ging behalve ikzelf en ik daardoor opgehaald moest worden maar ik dan geen Frans sprak. Dan heb je ouders die reageren als ‘ach komt wel goed we krijgen geen ongeluk’ of ‘joh stel je niet zo aan’. Maar mijn moeder legde heel simpel uit dat als we een ongeluk zouden krijgen dat ze aan de nummerplaat van onze auto konden zien dat we Nederlanders waren. Er Nederlanders in Frankrijk wonen die Frans spreken en zogeheten tolken zijn. Dan kan ik in het Nederlands vertellen dat ik opgehaald wil worden door tante Agnes en dan vertalen zij dat naar het Frans zodat de juiste mensen ermee aan de slag kunnen.’ Daarmee was ik gerust gesteld. Kinderen hebben die geruststelling nodig.”

Daar denk ik even over na. De reactie van mijn vader komt als eerste in mijn hoofd op, die valt in de categorie ‘ach stel je niet zo aan’, die van mijn moeder is wel positiever en zal vallen in de categorie ‘komt wel goed’. Maar echt er op in gaan, dat deden we volgens mij nooit.

Verder krijg ik te horen dat ik vrij hoog scoor in dominantie. Ik schiet een beetje in de lach, want dat verbaast me absoluut niet. Ik houd van mijn zelfstandigheid waarbij ik niemand per se nodig heb om mijn handje vast te houden. Maar eigenlijk is dit een serieuze “zwakte”, waar ze zich bijna nog het meeste zorgen over lijken te maken. Omdat je begeleiding nodig hebt is het wel belangrijk dat je open staat voor feedback, dingen aan kunt nemen en niet alleen je eigen plan trekt. Of als het wat minder gaat dat je het niet afwimpelt, want het nazorgtraject duurt wel ruim 5 jaar. En dominantie kan ervoor zorgen dat het een heel moeizaam traject wordt. “Of je doet alles gewoon in één keer perfect en laat ons allemaal een poepie ruiken” sluit psycholoog vd W. dit onderwerp af. En dat was precies wat ik dacht. Kom maar op!

Het laatste onderwerp ging over eten. Daar kreeg ik wederom de stempel “vreemd”. Ik scoor namelijk ontzettend laag op alle onderwerpen wat betreft eten. “En dat is heel raar, zeker gezien de reden waarom je hier nu zit” zegt vd W. De eerste twee onderwerpen gaan over emotie eten of eten uit verveling. Ik geef duidelijk aan dat ik mij hier gewoon niet in herken. Als ik mij rot voel eet ik eerder niet dan wel. En specifiek uit verveling eten doe ik niet. Tuurlijk als ik een film aan het kijken ben, of op andere momenten eet ik lekkers, maar dat is niet bewust omdat ik mij verveel. Maar gewoon omdat ik zin heb in wat lekkers. Dan komt het eten door het te ruiken op straat. Dat vind ik een lastige, ja als ik op straat iets lekkers ruik denk ik heus wel eens “ooh lekker”. Maar het maakt niet dat ik iedere bakkerij of frietzaak in ga om mezelf vol te proppen met eten. Dus is het dan gek dat ik daar niet hoog in scoor? De laatste vorm op de lijst is lijngericht eten, jezelf strenge eisen opleggen en als het niet meer lukt daar aan te houden dan gaan over-eten. Daar herken ik mijzelf wel meer in. Ik kan heel gemotiveerd en gedisciplineerd aan de slag gaan met mijzelf, maar dat kan ik zo streng maken dat het vaak slechts een specifieke periode vol te houden is. En dan geef ik de moed op en maak ik ongezondere keuzes waarmee de eerdere “gezonde” periode weer teniet wordt gedaan. Na een ingreep zou dat een probleem zijn, je kan niet meer overeten dus teniet doe je je werk waarschijnlijk niet. Maar als je niet veel meer kan eten en doorslaat in het lijngerichte eten is dat erg risicovol en zou bijvoorbeeld kunnen leiden naar ondervoeding. “Ik heb bijvoorbeeld een patiënt die van 140 naar 40 kilo is gegaan“. En dat wil ik dus niet. Lijngericht eten en streng voor mijzelf zijn is dus een probleem en is een groot punt van aandacht. “Maar dat wil niet zeggen dat we de ingreep niet moeten doen” zegt vd W. als ze mijn bedenkelijke gezicht ziet.

Maar omdat je ook psychotherapie volgt, zou ik ook graag input willen van je psychotherapeut. Om te kijken wat zij vindt van bepaalde aspecten.” Dat is erg toevallig want juist afgelopen vrijdag tijdens onze sessie vertelde Drs. O. dat ze voor een andere patiënt een brief had gehad wat betreft een advies over of ze de patiënt goed genoeg in staat achtte om de ingreep te ondergaan. Waarbij ze vooral verbaasd was dat diezelfde brief over mij nooit is gekomen. Maar nu mag ze voor mij toch ook aan de slag, wanneer psycholoog vd W. mij een brief overhandigt, welke ik aan Drs. O. geven moet.

Ik zet je ondertussen vast op de bespreeklijst, die heeft een wachtlijst van ongeveer drie weken. Maar we bespreken je pas als het verslag is teruggekomen van je eigen psychotherapeut. Omdat we dan pas écht een besluit kunnen maken. In de tussentijd kan je dan vast stijgen op de wachtlijst.

Hoe dan verder? Kan het zijn dat ik dan via hier nog wat extra moet doen of is mijn eigen therapie genoeg?” vraag ik als ze wil weten of alles duidelijk is voor me.

Ze zucht even. Ik begrijp dat mijn vraag lastig is en dat het vooruit kijken is op zaken die juist nog geen antwoord hebben, maar ik wil zo graag wat meer duidelijkheid. Dingen concreter hebben. “Ikzelf zie op zich, vooralsnog, geen grote bezwaren. Dat betekent dat je voor 90% er vanuit kan gaan dat je groen licht krijgt om door te gaan. Maar dat zal ook enigszins afhangen van de terugkoppeling van je psychotherapeut. Ik zal een samenvatting maken en samen met die terugkoppeling neem ik dat dan mee in de teambespreking. Ik verwacht dat je dan geen aanvullende therapie meer hoeft te doen vanuit ons, omdat je aan bepaalde belangrijke dingen ook al werkt met Drs. O.“

Dat betekent als ik groen licht zou krijgen, dat ik daarna door mag voor de internist (o.a. bloedonderzoek) en de groepsbijeenkomst. Maar voor nu, moet ik toch écht nog eventjes geduld hebben. En hopelijk wordt die dik beloond!

Als je de blog tot het einde hebt gehaald, bedankt dat je wilde meedelen in mijn verhaal. Deze keer was hij echt heel erg persoonlijk en het betekent veel voor me dat ik er niet alleen voor sta!

Plaats een reactie