Wachten duurt lang en ik ben al niet bepaald een geduldig persoon. Maar waar ik eerder schreef dat ik zo oververhit en bezweet binnen kwam, is dat inmiddels het tegenovergestelde. In m’n hemdje lig ik op een kamer waar het vreselijk koud is. En hoewel er veel verplegend personeel voorbij loopt in de gang, is er niemand die het verlossende woord komt brengen.

Als er een dame wat spullen komt opbergen vraag ik haar om een deken. Ze dekt mij toe en legt ook nog een tweede deken voor me klaar. Ik probeer een beetje te slapen, want de afgelopen uren waren slopend. Maar de slaap wil helaas niet vatten. Gelukkig komt op een gegeven moment eindelijk een verpleegkundige. Zij komt mij nog het een en ander toedienen. Ook mag ik een heerlijk bekertje maagzuurremmers drinken terwijl ze vertelt dat ik zo over word gebracht naar het observatorium. Observatorium?!?! Dat klinkt niet veelbelovend. En de arts dan?
Wanneer ik opgehaald word blijkt dat de arts niet meer gaat komen vanavond. Uit het bloedonderzoek zijn wel wat verhoogde waarden terug gekomen, maar geen die aansluit bij de eerder genoemde mogelijke diagnoses. Ze willen me een nachtje houden ter observatie en morgen krijg ik dan een nieuw bloedonderzoek. En terwijl ik het mij gemakkelijk maak op m’n nieuwe kamer, vertelt ze dat ik vanaf 00:00 nuchter moet blijven. Bij voorkeur dus ook geen water meer.
Niet lang nadat ik lig komt er een echtpaar de kamer binnen gelopen. Zij moeten wachten op de uitslag van de vrouw. “Jij lag zostraks in de wachtkamer op de bank toch?” zegt de dame in kwestie. Ik bevestig dat, maar geef aan dat ik mij niet erg bewust was van m’n omgeving op dat moment. “Ik had wel erg met je te doen hoor, zoveel pijn leek je te hebben”. We kletsen nog even en ik mag ook haar oplader voor m’n telefoon gebruiken om de batterij op te laden. Als ze na 1,5 uur antwoord krijgen vertrekken ze naar huis en kan ik eindelijk proberen wat te slapen. Althans, dat mocht ik willen. Een oudere vrouw tegenover mij vindt het namelijk geen probleem om na 00:00 ‘s nachts nog te FaceTimen. En dat doet ze met menig persoon. Zodra ze ophangt, is ze weer overdreven aan het kreunen en steunen en vraagt het verpleegkundig personeel om pijnstilling.
Zij worden echter bij een kritiekere patiënt geroepen waardoor de vrouw in kwestie even moet wachten. En ze begint te roepen. Geen zinnig woorden, enkel geluiden. Na enkele minuten komen er 2 verpleegkundigen kijken waar het geluid vandaan komt en vragen haar wat er aan de hand is. “Ja het duurt lang voordat jullie komen”. Waarop de verpleegkundige boos reageert en de vrouw vertelt dat zij zich moet schamen om zo te roepen wanneer er geen echte noodzaak is en mensen liggen te slapen.

De rest van de nacht verloopt onrustig. Hoewel ik zelf geen pijn meer heb in m’n maag, voelt de rest van m’n buik een beetje beurs op de plekken waar de arts heeft gevoeld. Ook is het licht op de gang aan en komen er regelmatig verpleegkundigen de kamer in en uit lopen. Dus van slapen komt niet zo heel veel terecht.
Dan staat om 5 uur dr. H. naast m’n bed. Hij vraagt hoe het met me gaat alvorens hij uit gaat leggen wat ze vermoeden dat de oorzaak is.“Wanneer er gestopt wordt met de pantoprazol, kan dat soms de nieuwe aansluiting ‘beschadigen’. Dat gebeurt soms en we weten niet zo goed waarom. Via het infuus hebben we je behalve pijnstillers ook een hoge dosis maagzuurremmers toegediend. En dat lijkt goed te gaan. Ik ga straks nog even weer overleggen met de chirurg van je operatie, want het is nu nog erg vroeg. Maar het ziet er naar uit, dat als je bloedonderzoek ook goed is dat je vandaag naar huis mag.”
Oké, geen operatie of iets dergelijks én vandaag waarschijnlijk naar huis. Hoewel het nog megavroeg is, voel ik mij enigszins opgelucht. Ik was echt een beetje bang dat ik weer onder het mes zou moeten. Ik ben de laatste tijd echt lekker op dreef met sporten, voel me vrij fit. Een operatie past even niet in het plaatje.

Maar dat hoeft ook niet!! Niet lang nadat de arts is geweest komt een verpleegkundige bloed afnemen en vertelt dat de uitslag waarschijnlijk bekend is met visite lopen tussen 8 en 9. En dan is het wachten geblazen. Want ik moet ‘voor het geval dat’ nog steeds nuchter blijven. Dus een beetje liggen en af en toe naar het toilet gaan is m’n enige bezigheid.
Als ik enige tijd later de verpleegkundige vraag of m’n bloedonderzoek al binnen is geeft ze aan dat ze dat wel kan controleren, maar dat ze er alleen niet echt iets over mag zeggen. En wanneer ze wegloopt besef ik mij dat ik deze zelf waarschijnlijk ook gewoon in kan zien via m’n digitale dossier. Dus snel log ik in en spiek ik eventjes naar de waarden van m’n bloed van zowel gister als vandaag.



Natuurlijk word ik er niet per se heel erg wijs van. Maaaaaarrrr… alle rode vakjes zijn weg dus ik ga er vanuit dat het positief is. Nog even geduld, dat is het motto van vandaag. Geduld wat ik echt maar weinig bezit. Maar EIN-DE-LIJK is het dan zover.. De dokter komt binnen terwijl ik met een van de verpleegkundigen aan het praten ben. “Daar is hij dan” roept de verpleegkundige, waarop ik antwoord dat hij beter maar met goed nieuws kan komen dan.
“Dat goede nieuws is door u te bepalen, maar van ons mag u naar huis”, valt hij gelijk met de deur in huis. Ja duuuh natuurlijk gaan we dan naar huis. Ik ben moe, ik voel mij beurs en ik heb ontzettende hoofdpijn door dit hele ‘avontuur’. Toch vraag ik de arts nog even om de definitieve oorzaak.
“Ja dat is niet helemaal vast te stellen. Maar we weten voor een groot deel zeker dat het toch wel echt te maken heeft met het maagzuur en slijmvlies in de maag. Het slijmvlies en de nieuwe aansluiting in de maag wordt aangetast door het maagzuur wat dit als gevolg kan hebben. Niet iedereen heeft er last van, het kan ook goed gaan. Maar bij een deel van de patiënten gaat dat helaas niet”. Dus ik krijg nu voor een maand maagzuurremmers voorgeschreven wat een soort poedertje is en ik opgelost in water 4 keer per dag moet innemen. En dan m’n eerdere maagbeschermers, de inname daarvan gaan we weer hervatten.
Omdat ik erge hoofdpijn heb, hangt de verpleegkundige nog even wat vocht aan m’n infuus en voorziet me van een ontbijtje. En daarna als m’n infuus eruit is gehaald mag ik lekker naar huis!

